Adriaan van Os

Conciërge

Arie van Os, Foto: Ronald Westerhof"Ik dacht altijd dat ik collegae had. Maar dat is niet zo; ik heb vrienden," vindt Adriaan van Os. "We missen je. Kan je eigenlijk wel buiten ons?' vragen ze. En dat doet me wat." Vijf en dertig jaar ontving hij zijn gasten in de lobby van Le Meridien Apollo, zoals zijn bedrijf tegenwoordig heet. De naam van het hotel veranderde verschillende keren. Twee keer werd er fors uitgebreid. Heel wat managers heeft hij zien komen en gaan. Maar Adriaan bleef. Hij heeft de tijd van chef-kok Foks nog meegemaakt. "Een sublieme kok en ook een vreselijke aardige vent." Ben van Beurten Senior en als maître meneer Huizinga, een man die gepokt en gemazeld is in zijn vak.
Als hij nu op bezoek komt, wordt hij door de manager rondgeleid om de veranderingen in ogenschouw te nemen. Er zijn parkeerproblemen en Adriaan, die nu tijd over heeft, gaat met zijn collega van het Kurhaus praten, om te vragen, hoe ze het daar hebben opgelost.

"Ik ben in 1949 als vijftienjarige begonnen als liftboy in Hotel Des Pays Bas. Dat lag tussen het Doelenhotel en l'Europe in. We begonnen met de overgebleven inventaris van het gebombardeerde Carlton hotel. Ik ben er toevallig ingerold door mijn broer, die hoorde dat ze een piccolo zochten. Later heette dat chasseur. Het kwam er op neer dat je duvelstoejager was. De hoofdportier was bullebak van een kerel, een indrukwekkende man. Op een keer zaten we plotseling zonder. Hij was opgepakt omdat hij met buitenlands geld handelde. Dat was paniek, want de spil waar alles om draaide was verdwenen. Die gebeurtenis heeft een grote indruk op me gemaakt.

Eerst sprak mijn baan me niet zo aan, maar allengs leerde ik het steeds meer waarderen. Vandaar uit ben ik naar Krasnapolsky gegaan. Dat was in de tijd van meneer Staal. Hij had duiven en biljartte graag. Op de een of andere manier had ik een hele goede binding met die man. Ik mocht bij z'n duiven zitten en zijn keuen naar de Rode Leeuw brengen, als hij ging biljarten. Van zijn dochter Berny heb ik het vak geleerd. Rekeningen maken, omgaan met een ouderwetse telefooncentrale en de telex. Vijf telefooncellen bijhouden en de gasten verwijzen naar het drukke zalencomplex. Ook 's nachts heb ik er heel veel gewerkt. Je was echt een druk baasje. Daar heb ik mijn opleiding gehad. We waren met z'n vieren lid van de Gouden Sleutels. Toen ik in '54 in dienst moest, zei meneer Staal: "Elke week melden." En dan kreeg ik een tientje van hem.

Na mijn diensttijd heb ik nog even bij Krasnapolsky gewerkt en daarna als nachtportier weer bij Des Pays Bas. 's Nachts de centrale verwarming stoken, want dat was nog met kolen en de boekhouding bijwerken. En dan moesten de kolommen kloppen! Ik heb er gewerkt totdat de zaak ging sluiten, vanwege veroudering. In '62 bij de opening van Apollo werd ik als tweede portier aangenomen. Toen de eerste portier ziek werd heb ik zelf gesolliciteerd naar die functie en werd aangenomen.
Natuurlijk krijg je ook te maken met beroemdheden Zo kwam ex president Bush - een hele aardige man - naar de balie en zei: "Let's do some smalltalk." Wat voor werk doe je hier? Ik wil samen met je op de foto, so I can see you for ever.! What's your name? Adrian? Take care Adrian!"

Als ik terugkijk, dan is de tijd erg hard gegaan. Alles verandert heel snel. Vroeger schreef je alles op in een cartotheek, tegenwoordig staat het in de computer. Toch blijven die oude waarden bestaan. Je moet een gast herkennen en hem persoonlijk benaderen. Je moet je inleven in de gast, dat is het belangrijkste. Ik heb een schitterende baan gehad en heb een vorstelijk afscheid gehad. Met mij is de laatste 'meneer' vertrokken. Vroeger tutoyeerden we elkaar niet. Ik ben altijd "meneer van Os" gebleven.
(Foto Arie van Os: Ronald Westerhof, Les Clefs d'Or)
Klik op de foto's voor een vergroting

Hotel des Pays Bas Hotel des Pays Bas
Krasnapolsky Krasnapolsky
Krasnapolski Krasnapolsky
Le Meridien Apollo Le Meridien Apollo