Rudolf Kalf ConciŽrge 'Als ik weer terug op aarde kom, ga ik weer hetzelfde doen! Er is niets mooiers dan met mensen werken.' Die woorden komen uit de mond van Rudolf - Rudy voor zijn buitenlandse gasten - Kalf. 'Mijn oude herberg,' zegt hij met warmte in zijn stem als hij over het Amstelhotel spreekt. Dertien jaar heeft hij er als conciŽrge de scepter in zijn heilige hal gezwaaid. 'Een van de mooiste ter wereld', volgens Rudolf. ConciŽrge zijn is een zaak van horen, zien en zwijgen. Soms brachten zijn gasten als ze wat teveel aan Bacchus hadden geofferd, mensen mee die Rudolf niet in zijn hal wilde hebben, die gingen dan via de bagagelift naar boven. De horeca was niet de eerste keuze van Rudolf. Na zijn militaire diensttijd kwam hij bij zijn vader in het bedrijf. 'Maar je weet hoe het gaat,' vervolgt hij; 'je wilt op eigen benen staan en zo kwam ik bij Unilever, waar ik zeven jaar in de verkoop en troubleshooting heb gewerkt. In 1969 werd mij gevraagd of ik interesse had in een baan in de horeca, omdat ik veel internationale ervaring had. Ik heb toen jaren in het Grand Hotel in Parijs, Inn on the Park en het Savoy in Londen (Een van de weinige hotels waar ze het geld nog schoonmaken.), het Excelsoir Ernst Hotel in Keulen en in Canada gewerkt. Zo ben ik tenslotte in het Amstel terechtgekomen. Hij is weer terug in de Watergraafsmeer waar ook zijn wieg stond. Tal van blijken van waardering voor zijn gastheerschap prijken aan de wand; welhaast een kudde koeien, die verwijzen naar zijn achternaam, de bokshandschoenen van de laatste wedstrijd van Regulio Tuur, een oorkonde waarin hij tot Judge of Honour van de staat Kentucky wordt benoemd. Hij is ere Vigneron et Compain d'Honor, wat hem jaarlijks enige flessen uitstekende wijn oplevert, lid van de kroonorde van BelgiŽ en heeft het Bundesverdienstkreuz van Oostenrijk. En natuurlijk is hij lid van les Clefs d'Or. De wereldwijde organisatie van hotelconciŽrges, een netwerk dat volgens Rudolf perfect functioneert. 'In het Amstelhotel krijg je 'de duvel en z'n grootje' op visite en voor de gasten deden we bijna alles: 'Rudy mijn hele reisplan loopt in de war. Ik moet een dag langer hier in Amsterdam zijn. Kun jij die zaak voor me opschuiven, zodat ik morgen naar Rome kan? Dat betekent vluchten veranderen, hotels boeken en nog veel meer. Tegenwoordig hebben ze daar een hele staf mensen voor. Het leuke van dit vak is dat je de top van de wereld tegenkomt; het Koninklijk Huis, ambassadeurs, zakenmensen, Herbert von Karajan, Jehoudi Menuhin, Joan Collins en tal van andere beroemdheden. B.B. King is een van de aardigste mensen die ik in mij leven ontmoet heb. Ik was 'his white soulbrother' en met Stephanie van Monaco heb ik boodschappen gedaan. De meest bijzondere opdracht die ik heb gekregen kwam van een familielid van Koning Fhad, die geÔnteresseerd was in veeteelt. Hij wilde drachtige koeien kopen. Ik heb toen stad en land afgebeld, het Ministerie van landbouw, Economische Zaken, exporteurs en ik weet niet wat. We hadden twee verlengde Cadillacs voor hem geregeld, waarin hij met zijn hele gevolg naar Beneden Leeuwen vertrok. Daar heeft hij tien koeien gekocht. Toen moest ik nog aan de slag om die beesten naar Oman te versturen. Met alle paperassen, die daar weer bij komen kijken. Uiteindelijk kreeg ik een bedankbrief met een leuke cheque erin. Aan geld is daar bepaald geen gebrek. Later kwam de boerin me nog eens persoonlijk met een grote mand van Dikker en Thijs bedanken.' Mijn naam heeft me beslist voordeel gebracht! Achter de geraniums is niets voor Rudolf en toen hij om gezondheidsredenen, zijn functie moest neerleggen werd hij benaderd door Hans Duif, mede organisator van het Prinsengracht concert, en de bedenker van Pasta e Basta. Daar ontvangt hij in het weekend de gasten. 'Ik vind het heerlijk om met een jonge staf te werken. Pasta e Basta staat midden in de belangstelling. Je bent er tegenwoordig niet meer met een hapje eten, er moet wat meer bij. Er wordt gezongen tijdens het diner. Daar ben ik gastheer voor een totaal ander slag mensen. Zo'n vijfhonderd in een weekend. Het is hard werken, maar vreselijk leuk. Ik ben er dankbaar voor dat ik dat nog kan doen.