GERARD 'JERRY' KOOYMAN

Bartender

'Jij maakt waar, wat wij over Amsterdam beloven.' Dat staat vrij vertaald op een loodzware plaquette die Gerard Kooyman ontving uit de handen de directeur van de KLM. Kooyman. 'Jerry' voor zijn buitenlandse - en 'Kruimeltje' voor zijn Nederlandse vrienden, ziet er nog steeds patent uit. Zijn zes en zeventig jaren zijn hem niet aan te zien. Tot zijn acht en zestigste was hij bartender, omdat hij het niet laten kon. 'Ik ben wat langer doorgegaan, want ik houd van mensen.' Entertainer en levensgenieter is misschien een beschrijving die het beste bij hem past. Hij haalt uit het leven wat er uit te halen valt. Ook vandaag de dag zwerft hij nog over de hele wereld.

'Door toeval ben ik in de horeca terechtgekomen. Tegenwoordig is het zelfs moeilijk om op een horecavakschool te komen. Vroeger was er helemaal geen opleiding. Mensen in de horeca, zeker uit de bediening werden beschouwd als uitschot. Mijn vader was radiotelegrafist bij de marine en dat zou ik ook worden. Toen ik in de oorlog mijn diploma haalde bij de zeevaartschool hielp de directeur ons om onder te duiken. De Duitsers waren erg happig op ons, om in de Oostzeelanden te laten dienen. Ik ben toen ondergedoken. Bij de ondergrondse heb ik niets spectaculairs gedaan. Ik herinner me dat ik wacht moest lopen bij een wapendepot op de Keizersgracht en de Nieuwe Markt. Mijn voorganger was een militair. Hij had het pistool uit elkaar gehaald en kreeg het niet meer in elkaar. Ik ook niet, want ik ben atechnisch. Maar ja, wat kan je tenslotte uitrichten met een revolver tegen het Duitse leger,' lacht Gerard.

'Via de ondergrondse kwam ik bij George Meijer, mijn grote voorbeeld. George had een bar 'Quartier Latin' in de Leidsestraat. Ik moest goed mijn oren open houden, want er kwamen veel Duitse officieren. Ik heb nooit wat gehoord, maar ik vond het beroep heel erg leuk. Via kleinere baantjes kwam ik in contact met het echte werk. In de oorlog leefde ik naar het 'lustprincipe'. Ik zag er wel aardig uit en er waren weinig mannen. Dat beviel me prima, ook na de oorlog.' Iedereen ging geld verdienen, maar ik hield van het prettige leven. Met een paar vrienden gingen we een wereldreis maken. In Frankrijk hielpen we met de druivenpluk bij verschillende ch‚teaux, onder andere Chateauneuf du Pape. In Avignon hebben we een hele leuke tijd gehad. Daarna werkten we in de bauxietmijnen in de buurt van Toulouse. Uiteindelijk kwamen we bij de Riviera. Omdat ik het goudhaantje van ons drieŽn was, - ik maak gemakkelijk contact met mensen,- mocht ik een bad nemen en naar de kapper gaan.'

'Van de wereldreis is helemaal niets gekomen. We bleven in Nice hangen. De eerste avond kwam ik in contact met de filmindustrie en kreeg gelijk een contract in een 'Les Moudies' een film over de vlucht van nazi's naar Zuid-Amerika. Ik straalde van zelfvertrouwen. Zigeuners bedelden bij mij, terwijl ik kort daarvoor zelf de kost verdiende door op een gitaar te tokkelen en als Willem Tell met een windbus de muts van m'n kop te laten schieten. In een bar ontmoette we een hoertje. Het was een rustige tijd en ze vroeg of ik mee wilde. 'Daar heb ik geen geld voor,' antwoordde ik. 'Nee, gewoon voor de gezelligheid,' zei ze. 'Alleen als mijn twee vrienden ook mee mogen.' Daar bivakkeerden we gedrieŽn gedurende mijn film avonturen. Het ging voorspoedig en ik ontmoette veel bekende acteurs, zoals Jean Pierre Aumont. Ook was ik stand-in voor Errol Flinn en werd prompt uitgenodigd voor zijn huwelijk. Ik vertelde mijn vrienden dat ik bij mijn vriendin weg wilde, omdat ik het niet leuk meer vond. Ik had geen aspiraties voor souteneur.'En al die herrie dan 's nachts?' Maar ze wisten niet dat ze zware astma aanvallen had! Daarna werkte ik in nachtclubs en in Cannes in de Blue Bar.' 'Als bartender moet je een goede algemene ontwikkeling en een brede belangstelling hebben. Je red het niet met moppen tappen. Ik werk het liefst in een blazer of een sweater met strik of stropdas. Dat is minder serviel.' De bar was zijn domein, daar duldde hij niemand, zelfs geen directeur. 'Ik doe alles voor het bedrijf, maar de bar is mijn terrein.'

'In die tijd trouwde Rita Hayworth met Ali Khan, de zoon van de Aga Kahn. Het feest werd gehouden op de Midway een Amerikaans vliegdekmoederschip. Ik wilde er graag bij zijn en dat kon alleen doordat ik mee zou doen aan een bokswedstrijd op de Midway. Vroeger had ik al 'ns gebokst. Maar helaas, in de tweede ronde ging ik knock out en werd naar het hospitaal gebracht. Van het hele feest heb ik niets gezien. Mijn werkvergunning had ik via een meisje dat op de prefectuur werkte, maar toen ik niet meer met haar uitging, werd mijn vergunning niet verlengd en moest ik terug. Ik heb drie en half jaar aan de Riviera gewerkt.

In Nederland ontmoette ik George Meijer weer, die bij Avifauna werkte. Als je je best deed, leerde hij je een cocktail. Soms was het zo druk, dat hij het vergat en dan moest je er om vragen. Meneer van den Brink, de eigenaar van Avifauna was een fijne vent. Aan het eind van het seizoen was er een feestje. Dan kregen we allemaal honderd gulden en een fles jenever en daarmee was het afgelopen. Mijn volgende baan, was in Villa d'Este in Den Haag, een nachtclub met een vreselijke baas. Als je werkloos was hoefde je daar zelfs niet te solliciteren! De eerste fles champagne was echt. Bij de tweede moesten we met de deur van de koelkast de knal van de kurk nadoen. Daarna kwam ik terecht in een club in de Voetboogsteeg in Amsterdam. Daar ontmoette ik een portier van Krasnapolsky, die me vertelde dat de bar vrijkwam.

'Zo ben ik in het grote internationale werk gestapt. In dezelfde week kwam Aramco (Arabian American Oil Company) voor het eerst binnen. Vier keer in de week met een vliegtuig vol. De bar van Krasnapolsky, was de eerst en de laatste oase, voor ze weer terug gingen. Het geld stroomde met bakken binnen. Ik was heel trots toen ik, samen met John van Zeist, Jerry uit de Hilton Bar, Jouke Ikma en de jongens uit de Carrousel bar op het Thorbeckeplein, uit handen van meneer Kielman, de directeur van de KLM een plaquette ontving. 'Jij maakt waar ,wat wij beloven.' staat er kort gezegd op. Elk jaar ging ik op kosten van de KLM tien dagen naar Canada en Noord-Amerika.'

'Bij mijn twaalf en een half jarig jubileum bij Krasnapolsky kreeg ik een envelop. Toen ik hem thuis openmaakte bleek er fl. 12,50 in te zitten! Ook werd ik gevraagd om voor de KLM op zo'n trip een workshop te geven. Meneer Verschuur, mijn directeur was ontstemd. Ze hadden het eerst aan hem moeten vragen of ik dat mocht. Eigenlijk werd mijn vakmanschap door de verschillende directies niet erkend. Alleen meneer Staal gaf wel eens een schouderklopje: 'Dat heb je goed gedaan, jongen.' Ik heb nooit gemerkt dat mijn werk gewaardeerd werd. De Amstel brouwerij was eigenaar van Krasnapolsky en als jonkheer Six op bezoek kwam, werd ik door de portier gewaarschuwd. Dan deelde ik snel wat pilsjes uit, want de jonkheer verwachtte dat onze gasten bier dronken.

'Op een keer wisselde een van mijn gasten flink wat dollars om te gaan stappen. Kort daarop kwam hij weer terug met een heel opzichtige juffrouw en wilde meer hebben, want zijn geld was op.'Dat kan niet,' zei ik. De juffrouw gaf intussen rondjes aan de hele bar. Maar een van de piloten van Aramco weigerde. De juffrouw bleef aandringen, maar de piloot hield zijn poot stijf. 'Wie denk je wel dat ik ben,' vroeg de 'dame' onder doods stilte. 'Dat is overduidelijk,' antwoordde de piloot. De juffrouw voelde zich zwaar beledigd en liet zich hysterische op de grond vallen. Daarbij viel al het geld uit haar ruimhartige decolletť. Ik gaf haar een tik, zodat ze weer bij haar positieven kwam. De volgende dag ging ik met lood in mijn schoenen naar Krasnapolsky; een gast slaan, dat was toch ondenkbaar. De directeur liep in de lobby te ijsberen en kwam meteen op me af. 'Geweldig Gerard, dat heb je gisteren fantastisch opgelost. Anders was ik al mijn vaste gasten kwijt geweest!'

Waar Gerard was, was feest. Er werd gedanst en soms was het zo vol dat de drankjes op de grond werden geserveerd. De cast van 'Hair' en 'Porgy en Bess' die in het hotel logeerden gaven 's avonds toegiften in de bar. Louis Armstrong, president Ford en vele andere celebreties, zaten bij 'Jerry' aan de bar. Op een avond liet hij een onbekende gast Amsterdam zien. 'Ik kan het niet te laten maken, want ik moet nog naar een concert,' liet hij weten. In de concertzaal bleek hij Jehoudi Menuhin te hebben rondgeleid. Niets was hem te dol. Als 'oertoerist', slechts gekleed in een namaak pantervel en een plastic knots, maakte hij reclame voor Amsterdam. Hij plaste in de lobby, at dinoburgers en betaalde met kwartsklompen en schelpen.'

'Pulitzer is een heel ander verhaal, een artistieke happening. De sfeer was heel anders, iedereen werd uitgedaagd om zijn vak uit te bouwen. Mijn voorganger heeft het zelfs tot directeur geschopt. Ik heb daar een hele fijne tijd gehad. De voorloper van het grachtenconcert heb ik georganiseerd. Duikers serveerden zwemmend borrels in de gracht. En mijn goede vriend Pasquale uit de Leidsesteeg scheerde aan boord van een schip onze gasten. Twee Jordaanse 'he'man die elkaar niet zo goed lagen, liet ik touwtrekken. De winnaar speelde vals, want hij had het uiteinde van zijn touw aan een 'lieverdje' gebonden. In de rustige tijd organiseerden we via de Nederlandse Bartenders Club voor de vaste gasten een cocktailcompetitie. Natuurlijk was dat precies op de avond dat er drankcontrole was, zodat de gasten ook bleven slapen! Op het laatst werd aan iedere barkeeper gevraagd of hij nog aparte cocktails kende.' Drie en twintig jaar was hij de 'witte motor' van achter de bar van Krasnapolsky en vijftien jaar van het Pulitzerhotel.

'De ideale bar is als een dorp, een ontmoetingsplaats waar mensen en nieuwtjes uitwisselen,' vindt Gerard. Bij zijn afscheid gingen er zeshonderd uitnodigingen over de hele wereld. Driehonderd gasten hebben gereageerd. Het was een geweldig feest.
Juni 1997